Aila

(sprookje geschreven door Ina als eindopdracht van de SIO 2007)


Aila miniEr was eens een heel eenvoudig mooi meisje, dat wilde naar de Zon. Veel stralen kwam ze tegen, zou ze, "nee", ze durfde niet. Ze durfde niet, ze zou haar hele familie verdrietig maken, iedereen zal huilen: wel zoveel dat alle sloten van het land ermee gevuld konden worden. In tijden van droogte zou haar vader er blij mee zijn, maar dat was dan ook het enige wat er goed aan was.
Het meisje bleef spelen in de wei, op het pad, in het zand in de buurt van de koeien, schapen, geiten, poezen en de hond en natuurlijk de vogels. De stralen van de Zon hielden vol: ze tikten haar iedere dag zeven keer aan en lieten van zich horen "Ga mee, Nu, Voel eens hoe fijn dit is....".Inderdaad, het meisje voelde heel goed hoe fijn dat was, maar ze kon toch niet.........ze kon toch niet gaan.

In de avond, toen ze in bed lag, en haar moeder haar welterusten wenste: vertelde ze haar moeder wat er iedere dag gebeurde wanneer ze buiten speelde. "Ach ", zei haar moeder "Doe niet zo raar ", "de Zon kan niet praten, en je kunt er al helemaal niet naar toe. Je hoort hier, bij ons thuis en ga nu maar gauw slapen. " Haar moeder liep de trap af naar beneden. Door het openraam van de slaapkamer scheen de avondzon. Het meisje probeerde te slapen, maar het lukte niet. "Ga mee, Nu, voel eens hoe fijn dit is....."Zie, daar heb je het weer", dacht het meisje. Ze dook onder het laken, ze wilde het niet horen. Zeven keer herhaalde de zonnestraal "Ga mee, Nu, voel eens hoe fijn dit is......"Zeven keer telde het meisje op haar vingers onder het laken, zeven kleuren heeft de regenboog ook; het is waar, ik voel, ga mee, NU ! het is waar, net als de Zon, de Maan en de Sterren bestaan: het is waar. Ze sprong van blijdschap uit haar bed en knielde neer voor de Zonnestralen;

Ik ben Aila, een heel eenvoudig klein meisje van het land. Ik ben niets vergeleken bij de kracht van de Zon, heb ik het goed verstaan: "U vraagt of ik mee ga naar de Zon ?"

Wees WELKOM Aila, zei de Zonnestraal.
En...het meisje verdween in het oranjerode licht van de avond Zon. Geweldig, wat een feest ! Het licht had alle kleuren van de regenboog, ze liep er middenin. Er waren veel kleine paadjes, die uitnodigden om ergens binnen te gaan. Zou ze ? Wat zou haar moeder zeggen "doe niet zo raar ", maar het was zo mooi, dat ze de woorden van haar moeder allang niet meer hoorde.

Het rode pad, nam ze als eerste; vuurrood, gloeiend heet, prachtig........totdat er een grote vuurdraak verscheen tegenover het kleine, eenvoudige meisje ! De draak spuwde vuur, Aila schrok ervan, voelde de warmte en was niet meer bang. Aila bedankte de draak, raakte hem even aan en ging verder. Het rode pad ging over in het oranje pad; grappig, allemaal gekke figuren die uit de grond te voorschijn kwamen......eerst waren het een soort kabouters, maar hoe verder Aila op het pad kwam waren er ook mensen met een vogelkop of een tijgervel. Ze had er eerst nog wel lol in maar hoe verder ze op het pad kwam, hoe banger ze werd. Was ze nu toch maar gewoon thuis gebleven. De hele familie zal erg verdrietig zijn, de sloten overvol..........zou ik vragen of ik terug naar huis mag, dacht Aila. En juist toen verscheen er een Das voor haar neus. Prachtig zwart met een witte streep over zijn kop. Even schrok Aila, ze had dit niet verwacht, maar het was zo een vriendelijk dier, ze voelde de warmte en was niet meer bang. Ze bedankte de Das, dacht niet meer aan huis, klom op zijn rug en samen gingen ze door langs de paden met de kleuren van de regenboog. Voordat ze het gele pad in sloegen, zwaaide een mens met een kop van een adelaar hen uit. Aila zwaaide terug en riep BEDANKT !!!

Het gele pad; bezaait met boterbloemen, kamille, korenbloemen, klaprozen en allerlei grassprieten en kruiden. Het rook er erg lekker, de Das knipoogde naar Aila "wat is het hier fijn hè, kom stap af ", Aila stapte af en liep door het kruidige bloemenveld. Ze verdween helemaal tussen de bloemen, het voelde alsof ze een van hen was. De Das kon haar niet meer zien. "Auw...", ze prikte zich aan een brandnetel..."Aha, daar ben je ", riep de Das; hij moest lachen..."Je bent zo mooi", dacht hij..."de mooiste bloem hierin het veld!".

"Wil je weten waar ik woon", vroeg de Das aan Aila. "Mij best", zie Aila en ze klom op de rug van de Das. Dwars door de bloemenvelden, aan de rand van het bos was een grote heuvel, "daarin ?", vroeg Aila, "donker en klein ?". Dit is mijn burcht, hier woont mijn familie ook. Ze maakten kennis met elkaar, Aila voelde de warmte van de Das en was niet meer bang. Aila wilde verder langs de paden van de kleuren van de regenboog. Ze wilde afscheid nemen van de Das en zijn familie. De Das smeekte haar,of dat hij met haar mee mocht langs de paden van de kleuren van de regenboog. Aila zei, dat hij dat niet aan haar moest vragen maar aan de Zon. De Das begon te lachen, dat heb ik allang gedaan joh, anders was ik je toch hier op de paden van de kleuren van de regenboog niet tegengekomen !!!!

Samen gingen ze verder door de donkere burcht om er aan de andere kant, in het bos weer uit te komen. Meteen zaten ze al op het groene pad; Vol bomen en struiken, liefde, alleen maar liefde.......te gek om hier te zijn, dacht Aila. Ze was ook verbaasd, dat deze wereld bestond. Een wereld met fijne kleine mensjes, ze hadden allemaal zelfgemaakte jasjes en broekjes aan, de meisjes een rokje en allemaal een puntmuts. Er werd hard gewerkt, wanneer het werk klaar was werd er samen gegeten en het glas werd geheven op al het goede en er werd gedankt. Aila liep rond, zat aan tafel en deelde mee in de maaltijd. Iedereen was blij dat ze er was, omarmden haar en bedankten de Zon. Wat ? hoorde ze zoemende meikevers.....Oh, Aila....kom ook op ons feest !. Ze klom op de rug van de Das, bedankte alle kleine fijne mensjes in het bos en sloegen linksaf het blauwe pad op, waar nog veel meer geluid vandaan kwam. Het was erg druk op het pad met allerlei insecten. Bromvliegen, muggen, krekels, kakkerlakken, kevers en nog veel andere soorten. Iedereen zoemde om haar oren, ze wilde om zich heen slaan, de beestjes wegjagen, maar toen.....prikte er iets onder haar voet! Ze viel op de grond en bleef liggen, luisterde naar de zoemende insecten, ontdekte het ritme en begon zelf ook mee te doen. Ze voelde de warmte van het geluid en bedankte de insecten, klom op de rug van de Das en gingen al zingend en zoemend door het licht van de regenboog. Ho, ...wie stond daar in het violet de weg te versperren ?Een buffel, groot en sterk. Ook warm en zacht. Aila aaide de buffel, het dier was lief, en ging opzij.

Weer verder werd het lichter en lichter....er was geen pad meer te zien, Aila schrok en keek om zich heen....waar was de Das ? Een Zonnestraal tikte haar zeven keer aan. Aila herkende dit,ze werd rustig, voelde warmte en bescherming. Daar stond de Das recht tegenover haar. Hij trok zijn mooie mantel uit en een eenvoudige man, met ogen die straalden vroeg Aila met hem te trouwen....
Ze leefden nog lang en gelukkig op het land, waar ze eerst vele tranen droogden met de kracht die ze van de Zon hadden gekregen.